|
Hoe bepaal ik wanneer niet-vertrouwde applets of applicaties in mijn webbrowser worden uitgevoerd?Dit artikel is van toepassing op:
Java 7u10 bevat een nieuwe functie waarmee u kunt bepalen wanneer en hoe niet-vertrouwde Java-applicaties moeten worden uitgevoerd die op een webpagina zijn opgenomen. Voorbeelden van niet-vertrouwde Java-applicaties zijn applicaties die digitaal zijn ondertekend door een onbekende uitgever of certificaten die niet zijn uitgegeven door een vertrouwde certificeringsinstantie. Als u beveiligingsniveaus instelt in het Java-besturingspaneel, wordt vastgesteld of:
Beveiligingsniveaus instellen via het Java-configuratiescherm
voor meer informatie. Beveiligingsniveaus in het Java-configuratieschermVery High (Zeer hoog)Dit is de meest beperkende instelling van het beveiligingsniveau. Alle niet-ondertekende en zelfondertekende applets en applicaties zijn geblokkeerd en worden niet uitgevoerd. Na het tonen van een prompt worden alleen applicaties uitgevoerd met een gekoppeld certificaat van een vertrouwde autoriteit.High (Hoog)Dit is de minimaal aanbevolen beveiligingsinstelling (en de standaardinstelling). Niet-ondertekende en zelfondertekende sandboxapplicaties (beperkte toegang) worden niet uitgevoerd op oudere of verlopen Java-versies. Voor alle applets wordt een beveiligingsvraag getoond voordat ze kunnen worden uitgevoerd.Medium (Gemiddeld)Een applet kan pas worden uitgevoerd nadat er een beveiligingsvraag is getoond. U wordt afgeraden het beveiligingsniveau op 'Gemiddeld' in te stellen. Dit zorgt er namelijk voor dat uw computer kwetsbaarder is als een schadelijke applicatie wordt uitgevoerd.De locatie van het Java-configuratieschermWindows XP
Voer een zoekopdracht uit naar het Configuratiescherm
|