Java.com

Downloaden Help

Hulpbronnen

Waar is het Java-besturingspaneel te vinden op mijn Mac?


Dit artikel is van toepassing op:
  • Platform(s): Macintosh OS X
  • Java-versie(s): 7.0

De informatie op deze pagina heeft betrekking op Java-versies die beginnen met Oracle Java 7 en worden ondersteund door Mac OS X 10.7.3 en hoger

Java 7-besturingspaneel op de Mac
In het besturingspaneel kunt u informatie vinden over uw versie van Java en kunt u verschillende instellingen configureren om Java op efficiƫnte wijze op uw Mac uit te voeren.

Ga als volgt te werk om het Java-besturingspaneel te starten onder Mac OS X (10.7.3 en hoger):
  • Klik op het Apple pictogram linksboven in het scherm.
  • Ga naar System Preferences (Systeemvoorkeuren).
  • Klik op het Java-pictogram om het Java-besturingspaneel te openen.

Algemeen
  • About Java (Info over Java):
    Informatie weergeven over de Java-versie
  • Network Settings (Netwerkinstellingen):
    Standaard gebruikt Java de netwerkinstellingen in uw webbrowser. In deze instellingen kunt u voorkeuren vastleggen, waaronder de proxyservers.
  • Temporary Internet Files (Tijdelijke internetbestanden):
    Bestanden die zijn gebruikt in Java-applicaties, worden opgeslagen in een speciale map (cache), zodat deze bestanden op een later tijdstip snel kunnen worden uitgevoerd. Vanuit deze optie kunt u cachebestanden en instellingen (waaronder de bestandslocatie) bekijken en configureren. Ook kunt u cache verwijderen.

Update (Bijwerken)

Hiermee kunt u controleren op de nieuwste beschikbare Java-versie en kunt u deze versie ophalen. Bovendien kunt u instellen of u de Java-versie automatisch wilt bijwerken.
Zie Hoe werk ik Java bij op mijn Mac? voor meer informatie.


Java
  • Java Runtime Enironment Settings (Java Runtime Environment instellingen):
    hiermee kunt u versies van Java Runtime en instellingen voor Java-applicaties en -applets bekijken en beheren.

Security (Beveiliging)
Java 7u10 bevat een nieuwe functie waarmee u kunt bepalen wanneer en hoe niet-vertrouwde Java-applicaties moeten worden uitgevoerd die op een webpagina zijn opgenomen. Voorbeelden van niet-vertrouwde Java-applicaties zijn applicaties die digitaal zijn ondertekend door een onbekende uitgever of certificaten die niet zijn uitgegeven door een vertrouwde certificeringsinstantie. U kunt het beveiligingsniveau via het Java-besturingspaneel instellen en aangeven dat u een melding wilt krijgen voordat niet-vertrouwde Java-applicaties worden uitgevoerd of aangeven dat applicaties automatisch moeten worden geblokkeerd.



Zie Beveiligingsniveaus instellen in het Java-besturingspaneel voor gedetailleerde informatie.


Uitgebreid
  • Debugging (Debuggen):
    Hiermee kunt u uitzonderingen in applets volgen, vastleggen en tonen.
  • Java console (Java-console):
    Hiermee kunt u de Java-console tonen, verbergen of deactiveren.
  • Shortcut Creation (Snelkoppelingen maken):
    Hiermee kunt u apps of de gebruiker toestemming verlenen of weigeren om snelkoppelingen te maken.
  • JNLP File/MIME Associations (JNLP-bestand/MIME-koppelingen):
    Hiermee kunt u bestandskoppelingen voor de gebruiker activeren of deactiveren of de gebruiker de gewenste instelling laten bepalen.
  • Application Installation (Applicaties installeren):
    Met deze instelling kunt u applicatie-installaties activeren of deactiveren.
  • Security (Beveiliging):
    Hiermee kunt u verschillende instellingen configureren met betrekking tot beveiliging, bijvoorbeeld rechten geven voor inhoud, gebruikers waarschuwen over websitecertificaten, vertrouwde uitgevers en het intrekken van blacklists activeren, specifieke SSL- en TLS-versies gebruiken en verificatie-instellingen configureren voor de beveiliging van gemengde code.
  • Miscellaneous (Diversen):
    Met deze instelling bepaalt u of een Java-pictogram in het systeemvak moet worden geplaatst.


Deze overige items kunnen handig zijn:

Taal kiezen | Info over Java | Ondersteuning | Ontwikkelaars
Privacy | Voorwaarden voor gebruik | Handelsmerken | Afwijzing van aansprakelijkheid

Oracle