Waar vind ik het Java-besturingspaneel op mijn Mac?


Dit artikel is van toepassing op:
  • Platform(s): macOS
  • Browser(s) Geen
  • Java-versie(s): 8.0

De locatie van het Java-besturingspaneel op de Mac

Het Java-besturingspaneel starten op een Mac (met Mac OS X 10.7.3 en hoger)
  1. Klik op het Apple-pictogram in de linkerbovenhoek van het scherm.
  2. Ga naar System Preferences (Systeemvoorkeuren)
  3. Klik op het Java-pictogram om het Java-besturingspaneel te openen.

Java-besturingspaneel

In het besturingspaneel kunt u informatie vinden over uw versie van Java en kunt u verschillende instellingen configureren om Java op efficiƫnte wijze op uw Mac uit te voeren.

Algemeen
  • About Java (Info over Java): hiermee bekijkt u informatie over de Java-versie.
  • Network Settings (Netwerkinstellingen): standaard gebruikt Java de netwerkinstellingen in uw webbrowser. In deze instellingen kunt u voorkeuren vastleggen, waaronder de proxyservers.
  • Temporary Internet Files (Tijdelijke internetbestanden): bestanden die zijn gebruikt in Java-applicaties, worden opgeslagen in een speciale map (cache), zodat deze bestanden op een later tijdstip snel kunnen worden uitgevoerd. Met deze optie kunt u cachebestanden en instellingen (waaronder de bestandslocatie) bekijken en configureren. Ook kunt u de cache verwijderen.
Update (Bijwerken)

Hiermee kunt u controleren op de nieuwste beschikbare Java-versie en kunt u deze versie ophalen. Bovendien kunt u instellen of u de Java-versie automatisch wilt bijwerken. Zie Hoe werk ik Java bij op mijn Mac? voor meer informatie.

Java

Java Runtime Environment Settings (Java Runtime Environment-instellingen): hiermee kunt u versies van Java Runtime en instellingen voor Java-applicaties en -applets bekijken en beheren.

Security (Beveiliging)

U kunt het beveiligingsniveau via het Java-besturingspaneel instellen en aangeven dat u een melding wilt krijgen voordat niet-vertrouwde Java-applicaties worden uitgevoerd of aangeven dat deze applicaties automatisch moeten worden geblokkeerd. Zie Beveiligingsniveaus in het Java-besturingspaneel voor gedetailleerde informatie.

Advanced (Geavanceerd)
  • Debugging (Debuggen): hiermee kunt u uitzonderingen in de levenscyclus van applets volgen, vastleggen en tonen.
  • Java console (Java-console): hiermee kunt u de Java-console tonen, verbergen of deactiveren.
  • Shortcut Creation (Snelkoppelingen maken): hiermee kunt u apps of de gebruiker toestemming geven of weigeren om snelkoppelingen te maken.
  • JNLP File/MIME Associations (JNLP-bestand/MIME-koppelingen): hiermee kunt u bestandskoppelingen voor de gebruiker activeren of deactiveren of de gebruiker de gewenste instelling laten bepalen.
  • Application Installation (Applicaties installeren): met deze instelling kunt u applicatie-installaties activeren of deactiveren.
  • Security (Beveiliging): hiermee kunt u verschillende instellingen configureren met betrekking tot beveiliging, bijvoorbeeld rechten geven voor inhoud, gebruikers waarschuwen over websitecertificaten, vertrouwde uitgevers en het intrekken van blacklists activeren, specifieke SSL- en TLS-versies gebruiken en verificatie-instellingen configureren voor de beveiliging van gemengde code.
  • Miscellaneous (Diversen): met deze instelling bepaalt u of een Java-pictogram in het systeemvak moet worden geplaatst.

VERWANTE INFORMATIE

Gecertificeerde systeemconfiguraties Oracle JDK 8 en JRE 8